Als dirigent van vier koren en veel gevraagd workshopleider werk ik met de meest uiteenlopende groepen. Sommige groepen werken op een basic level waarop noten instuderen veel tijd in beslag neemt. Bij andere groepen worden de noten thuis ingestudeerd waardoor er op de repetitie enorm veel tijd overblijft om meteen op items als blending, timing en interpretatie kan worden gewerkt.

Op elk van deze levels kan, in meer of mindere mate, alvast wat aan het muzikale aspect worden gewerkt waardoor er in een korte periode, meestal al in een klein deel van de repetitie, al meteen muziek kan worden gemaakt.

Tijdens mijn pianostudie kwam ik erachter dat het bij muziek in de basis gaat om drie ‘levels’ (Let op: de volgorde van deze drie punten is niet willekeurig gekozen!):

  1. Melodie
  2. Bas
  3. Begeleiding (tussenstemmen)

Het mooie is dat het ook werkt bij koormuziek. Een kleine toelichting op de levels.

De melodie is voor de meeste mensen vaak het herkenningselement van het nummer. Het publiek zal de melodie het beste gaan horen omdat deze simpelweg het meest belangrijk en het meest in het oor-springend is. De melodie bevat, voor mij, de meeste informatie over de harmonieën die gebruikt worden in het lied.

De bas schept een verder referentiekader voor de harmonieën die klinken. M.a.w.: de bas bevat de functies van de harmonieën. Zonder de bas klinkt de begeleiding vaak kaal en uit hun verband gehaald. Om deze reden klinkt een melodie met een bas vaak al heel erg goed, omdat je als luisteraar vaak de harmonieën er zelf al bij bedenkt in je hoofd. Iedereen heeft namelijk een getraind gehoor voor (pop)muziek doordat er veel naar dit soort muziek geluisterd wordt.

De begeleiding vult het gat tussen de melodie en de bas op en kan soms verrassende ideeën bevatten die de luisteraar op het verkeerde been kan zetten met mooie toevoegingen in de akkoorden.

Hoe kun je nu deze drie levels gebruiken bij de uitvoeringen van je arrangementen bij je eigen koren of groepen?

Wat ik vaak hoor bij groepen is dat de verhouding tussen deze drie levels compleet niet aanwezig is. De melodie hoor je wel, maar daarbovenuit hoor je de begeleiding. De bas is soms niet eens echt te horen.

Zorg er altijd voor dat de melodie te verstaan is. Wanneer tijdens de repetitie de begeleidende stemmen te sterk zingen, vraag dan of ze de melodie kunnen horen. Als ze ‘ja’ zeggen, weet je dat ze dus wel bewust zijn van het feit dat er een melodie is én dat zij deze i.i.g. niet zingen. Vraag dan of ze het ook kunnen verstaan. Je maakt dan meteen duidelijk dat hier een verschil tussen is. Je zult bijna meteen een verschil gaan merken.

Als er vraagtekens boven hun hoofd verschijnen, weet je dat ze geen flauw idee hebben in welke partij de melodie zich bevindt. Je taak is dan om duidelijk te maken wat de melodie is; laat de melodie en de bas beiden een stukje zingen om duidelijk te maken op welke partij(en) ze zich moeten richten.

De bas moet een mooi fundament geven. Niet te sterk of te zacht. Vooral de onderlinge blending moet niet uit het oog (oor) verloren worden. Heel vaak is het zo dat de bas een referentiekader schept voor de harmonieën onder een melodie. Maar het is meestal zo dat de bas goed moet aansluiten bij de melodie, wat betreft timing en groove, én bij de tussenliggende stemmen, wat betreft timbre, dynamiek én groove.

De begeleidende stemmen verzorgen als het ware het bedje waarop de melodie neergelegd worden. De intentie waarmee de melodie gezongen moet worden, is hierbij bijvoorbeeld van belang. Wanneer je een dromerig nummer zingt, moet de begeleiding natuurlijk niet als een heipaal over de melodie heen gedreund worden. Daarentegen is het de functie van de begeleiding om de melodie te versterken in de betekenis van de tekst.

Het principe van de drie ‘levels’ kan ook worden toegepast op homofoon geschreven muziek (muziek waarin elke partij dezelfde ritmes hebben, maar waar iedereen op een andere hoogte zingt).

Je hebt vast wel een stem die je het belangrijkste vindt. Daarnaast heb je ook vast wel een paar plekjes waar je een andere stem even wat meer wilt horen. Of omdat die partij even een parallel lijntje heeft met de melodie, of omdat er een akkoordtoon is die even naar voren mag treden voor het effect.

Voor veel bezoekers van deze website is het natuurlijk erg vanzelfsprekend, en dat is het ook, maar waarom hoor ik deze dingen dan nog wel overal om me heen, steeds weer, gebeuren?

Ik zou het erg leuk vinden én enorm waarderen als je een reactie achterlaat op dit artikel.


Rogier IJmker
Rogier IJmker

Rogier IJmker is sinds het jaar 2000 werkzaam in het dirigeer- en arrangeervak. Alle ervaring en kennis die hij heeft opgedaan in al die jaren wil hij nu delen via www.dirigentenacademie.nl Verder is hij dirigent van drie koren en schrijft hij arrangementen voor groepen in binnen- en buitenland, voor (semi-)professionele maar ook amateurgezelschappen. Hij is initiatiefnemer van de site www.workshopsvoorkoren.nl waarop workshopleiders uit heel Nederland en België verzameld worden en kunnen worden benaderd.

Laat Een Reactie Achter