De Rol En Plek Van De Dirigent Bij Een Optreden | Dirigentenacademie

De rol en plek van de dirigent bij een optreden

Tijdens een optreden voert de dirigent (het is natuurlijk een hij) het koor door de partituur. Hij behoort daarom met partituurlessenaar hoog op de dirigentenbok te staan, enerzijds ten teken dat hij ver boven gewone koorleden verheven is, anderzijds opdat hij goed in het oog valt.

Met de rechterhand (al dan niet met dirigeerstok) slaat hij de door zijn opleider voorgeschreven maatfiguur en met de linkerhand, dan wel met gelaatsgrimassen (ook afhankelijk van zijn opleiding), geeft hij soms interpretatieaanwijzingen (zoals hard/zacht).

Bij gebreke aan een visie daarover doet zijn linkerhand hetzelfde als zijn rechterhand, maar dan in spiegelbeeld. Met smakkende lipbewegingen doet hij soms stukken tekst mee. Opdat het publiek niet te zeer op zijn achterwerk blijft gefocust draagt hij een jasje met slippen.

De Rol En Plek Van De Dirigent

Deze traditionele rol voldoet voor traditionele koorzang nog altijd uitstekend. Bij klassieke koorzang is dit zeker ongeveer de standaard. Maar in de lichtere koorzangwereld heeft een dirigent vaak een wat andere positie.

Wat is de rol (en de juiste plek) van een koordirigent bij een optreden wanneer er een combo met drummer bij is, wanneer er een geluidsinstallatie wordt gebruikt, wanneer een solozanger de show maakt, wanneer het koor gaat dansen of bewegen, wanneer er met orkesttrack wordt gezongen.?

Tempo Aangeven

Het zal duidelijk zijn, als er met orkesttrack wordt gezongen is het aangeven van het tempo zinloos. De track gaat er geen milliseconde sneller of langzamer door lopen. Voor het tempo, het ritme en ook voor de zuiverheid is goede geluidsmonitoring veel belangrijker dan de maatgeving door de dirigent. Let dáár als dirigent op.

Dat geldt eveneens als er een drummer/begeleidingscombo meespeelt. Als dat combo eenmaal op dreef is, wekt een dirigent die ostentatief de maat slaat, het beeld op van een ontijdige ochtendgymnast. Je kunt het aftellen voor je rekening nemen, maar daar zijn de meeste drummers minstens zo bedreven in. Wel moet je het overzicht in de gaten houden.

Is iedereen klaar om te beginnen? Zijn er tempowisselingen? Wordt er gejaagd? Gaan er mensen uit de maat? Op dat soort momenten moet je er zijn.

Tonen Aangeven

Dirigenten hebben vaak letterlijk een toonaangevende rol. Bij nummers met een instrumentaal intro is dat meestal schadelijke overdaad. Dan pikken de zangers hun toon meestal vlekkeloos op. Maar bij a capella zingende koren is het toon aangeven soms een geheel eigen, complexe ceremonie. Wil je publieksaandacht, dan kun  je hier de oogst binnenhalen.

Stel je een optreden in een wat rumoerige concertzaal, in de buitenlucht of tijdens een korenfestival voor. De dirigent slaat de vork aan, maar kan die zelf – anders dan bij de repetitie – door het geroezemoes maar nauwelijks horen.

Dus nog een paar keer, totdat hetzij de stemvork, hetzij de lessenaar welhaast aan barrels ligt. Vervolgens vlak bij het ene oor, terwijl allerlei spastische houdingen worden ingenomen om het andere oor af te dekken.

De stemvork tegen het voorhoofd is ook een gebezigde optie. Na een korte stilte waarin je het kraken van de dirigenthersenen op het gelaat kunt aflezen volgt een haast orgastisch oeh en aah naar de verschillende stempartijen.

Naar mijn idee moet je kunnen volstaan met het aanslaan van een enkel kort akkoord op een piano o.i.d. Vrijwel alle zangers kunnen aan de hand van een kort akkoord Poesje Mauw of Drie kleine kleuterjes zuiver leren zingen.

Tijdens de repetities moet je er al wel inpompen dat een bepaalde stempartij inzet op Poesje, Mauw of op Drie Kleutertjes, eventueel een hoog Poesje en een lage Mauw.

Voor een mineurinzet: Sealed with a kiss of Paint it black. Ook ongeoefende zangers raken hierin zeer snel bedreven en hebben bovendien geen last van het sekseverschil met de dirigent – discriminatie is immers uit den boze –  die een octaaf te hoog of te laag aangeeft. Waarom zou je trouwens de toon of het akkoord zelf aangeven?

Solist

Wanneer een solist op de voorgrond treedt mag je als dirigent er van uitgaan dat die zijn/haar partij van haver tot gort kent en daarin nauwelijks nog sturing nodig heeft. Zo niet, dan hebben jullie beiden in de voorbereiding gefaald.

Stel je voor: een op de maat wiegende solist (met muziekmap?), vlak naast de maatzwaaiende dirigent (op de bok). Zo ziet een poppenspeler met marionet eruit, wanneer de poppenkast zojuist is weggewaaid. Tijdens een optreden – anders dan bij de repetitie! – staat de solist centraal. Dus zoek als dirigent maar gewoon dekking en beperk je tot kleine aanwijzingen.

Die gaan bijvoorbeeld over de positie in de belichting, de houding naar het publiek, de microfoonhantering, dus aangelegenheden die bij een repetitie niet zo aan de orde kwamen.

Beweging

Ook als het koor door beweging, dans en choreografie de aandacht moet krijgen, heb je als dirigent geen centrale rol. Stap dan ook maar letterlijk naar de zijkant, eventueel buiten de lichtkring en trek geen aandacht.

Je kunt dan over je lessenaar gebogen de partituur volgen, maar dan zal het publiek misschien denken dat je ongeïnteresseerd de krant aan het lezen bent. Een goede houding lijkt me: één hand voor de buik, met de wijsvinder (onzichtbaar voor het publiek) de maat of positieaanwijzingen aangeven, nu en dan de duim omhoog, etc. Maak met je koor afspraakjes.

Ze mogen je bijvoorbeeld niet rechtstreeks aankijken, maar als er iets misgaat maak je een korte hoofdbeweging omhoog, gevolgd door een aanwijzing. Het menselijk oog neemt in het midden van het beeld namelijk scherpte en details het beste waar, maar is aan de zijkant zeer gevoelig voor plotselinge bewegingen. Maak daar gebruik van.

Dirigent Als Steunpunt

Je rol als steunpunt voor de koorleden is van groot belang tijdens een optreden. Bij amateurkoren komen onzekerheid, opwinding, zenuwen, opspelen. Al ben je zelf misschien ook onzeker, zenuwachtig, laat dat dan niet te zeer blijken.

Straal vooral in het begin van een optreden zekerheid, rust en duidelijkheid uit. Als de eerste zenuwen weg zijn, verleg je rol dan naar enthousiasmering, klankbalancering  en precisering. 

Soms moet je oppeppen, soms juist afremmen. Veelvuldig voorkomend: de zangers beginnen te overschreeuwen, of durven juist nauwelijks te zingen.

Mijns inziens is het signaleren van ontsporingen zo’n beetje de belangrijkste rol als dirigent bij een optreden. Die ontsporingen kunnen van allerlei aard zijn, en zijn natuurlijk erg afhankelijk van het niveau van het koor en de zangers.

Je moet proberen boven de muziek uit te groeien en anticiperend leren luisteren. Daarmee bedoel ik dat je een paar seconden tevoren in je hoofd al een ideaalbeeld van het nummer en de koorklank hoort. Als je eraan gewend raakt zo te luisteren zul je vanzelf alert reageren als iets ontspoort.

Maak van te voren kleine afspraakjes wat je gebaren zijn bij ritmische ontsporingen, bij onzuiver zingen, te hard/zacht zingen, microfoonhantering, beweging, enzovoort.

Expressie En Visuele Uitstraling

Belangrijk tijdens een optreden is de expressie van de muziek en de visuele uitstraling.  Merk op, deze beide richten zich naar buiten, naar het publiek. Te vaak zijn dirigent en koor naar binnen gericht met elkaar bezig.

Bij een repetitie is dat logisch, je kunt niet anders. Tijdens een optreden behoort dat station mijns inziens gepasseerd te zijn. Optreden doe je als koor voor het publiek. Te vaak is het alsof de luisteraar/toeschouwer een repetitie meemaakt.

Eventjes is het wel leuk om dat samenspel tussen dirigent en koor te aanschouwen, maar tegenwoordig is dat voor het publiek al heel snel niet meer interessant genoeg.

Dirigent Als Geluidsman

Ik vind dat een dirigent ook een rol als geluidsman hoort te hebben, wanneer er een geluidsinstallatie wordt gebruikt. Daar moet je dan trouwens wel de basisbeginselen goed van kennen. (In andere stukjes hoop ik daar dieper op in gaan.)

Als je optreedt moet je je niet alleen richten op wat het koor aan zang produceert, (daar zijn de repetities voor) maar ook wat daarvan overkomt naar de luisteraar. Ik ken enkele dirigenten die er naar toe werken om dan voor het koor overbodig te zijn.

Zij zoeken hun plek naast de geluidstechnicus en geven daar nu en dan aanwijzingen aan de techneut of naar de zangers. Het is mijns inziens een ideaal om na te streven dat jou koor zover komt dat je de sound en uitstraling van je koor aan het einde van het geluidsproces kunt bepalen in plaats van alleen de input te leveren.

Hierbij speelt trouwens wel mee dat er naar mijn mening in het algemeen een diep ravijn zit tussen koren/dirigenten enerzijds en geluidstechnici anderzijds. Bot gezegd: dirigenten hebben doorgaans te weinig benul van koorversterking en geluidsmensen te weinig benul van het mooi uitversterken van koorzang.

Publiek

Sterk verschillend is de rol naar het publiek. Bedenk dat het publiek meer interesse heeft in wat er allemaal gebeurt en te horen is dan aan te kijken tegen je achterkant, hoe schoon van gestalte je ook bent. Het verschilt sterk hoe dirigenten hun rol normaal tegenover hun koor vervullen.

Maar het zou mooi zijn als je daar tijdens een optreden wat los van kunt komen. Het is een sterk punt als je een schakel tussen het koor en het publiek kunt zijn en/of het publiek bij het koor en bij sommige nummers betrekt.

Een rol als passieve luisteraar is voor veel mensen tegenwoordig immers vaak niet meer bevredigend. Een paar woorden naar het publiek doen vaak al heel veel. Je moet er natuurlijk ook geen onemanshow van maken. Het is immers een kooroptreden, geen dirigentenoptreden.

Samengevat

Bedenk dat je rol bij een optreden aanzienlijk anders is dan bij een repetitie. Tijdens een repetitie ben je de centrale figuur voor je koor.

Bij een optreden moet dat mijns inziens niet (meer) hoeven. Dan gaat het erom het publiek te boeien en staat het koor in het voetlicht. Dan heb je een andere rol en positie.

Of sta je toch liever met lessenaar hoog op de bok vlieg- en evenwichtsoefeningen te doen? Laat eens horen wat je er van vindt.

Anton Jansma
 

>