Lorenzo Papolo deelt inzichten en vele tips uit 20 jaar ervaring

Lorenzo Papolo – Een Interview

Lorenzo Papolo - interview Dirigentenacademie

In februari heb ik een mooi gesprek mogen hebben met Lorenzo Papolo (hier vind je zijn persoonlijke website). Hij is al meer dan 20 jaar professioneel dirigent en heeft ruime ervaring in koordirectie én orkestdirectie. Hij is ook als docent verbonden aan de Dirigentenacademie voor de Basiscursus Dirigeren.

Hij vertelt over zijn achtergrond, opleiding en over zijn ervaring met het werken met kinderkoren. Daarnaast deelt hij ook verschillende tips op het gebied van inzingen, repetitietechniek en slagtechniek.

Ik ben Lorenzo Papolo. Ik ben dirigent al meer dan twintig jaar en ik dirigeer koren. Ik heb hiervoor ook in het verleden veel orkesten gedirigeerd en een big band gedirigeerd. Mijn hoofdzaak is voornamelijk klassieke muziek wat ik doe.

Hoe ben je muziek in aanraking gekomen?

Al heel jong. Mijn vader was violist en mijn moeder als amateurzangeres. Dus van kinds af aan, vanaf het moment dat ik geboren ben, stond mijn leven al in het teken van de muziek. Dus ik heb heel jong al van mijn vader het notenschrift geleerd. Mijn vader was violist, dus die gaf me al van kleins af aan een viool in de hand.

Dat bleek uiteindelijk niet de juiste keuze voor mij te zijn, omdat ik het toch al een instrument vond. Ik ben linkshandig, wat lastig is, om én te strijken en met je andere vingers op een snaarinstrument te spelen. Maar zo ben ik al heel, heel jong begonnen met muziek maken.

En het zingen?

Zingen van mijn moeder. Mijn moeder was amateurzangeres, dus ze al heel jong werd er meerstemmig gezongen bij ons thuis. Dus ja, wordt met de paplepel ingegoten.

Waar heb je je opleiding gehad?

In Utrecht; Utrechts Conservatorium. Ik heb m'n zangstudie gevolgd bij Maria Rondèl. Dat is een oud docent. Ze is inmiddels ik denk al bijna in de tachtig hoor. Maar als je als oud docent aan het Conservatorium van Amsterdam en het conservatorium van Alkmaar toentertijd nog, want dat is er volgens mij niet meer, dat durf ik niet meer te zeggen, maar dat is er volgens mij niet meer, het Conservatorium van Alkmaar.

Daar heb ik een klassieke zangopleiding gevolgd. Ik heb mijn trompetstudie en mijn HaFaBra- en koordirectie-opleiding gevolgd aan het Conservatorium van Utrecht.

En na afsluiting van deze studies heb ik ook nog een tijdje in Engeland gestudeerd bij Denise Ham, van het Royal Conservatory of Music in Londen. En daar heb ik kamerkoor, of kamerorkestdirectie, gedaan met koren erbij, zeg maar. Dat is het hele pakket. Meer kan ik er niet van maken.

Zou je er meer van willen maken?

Euh, nee, ik denk dat ik een heel, heel compleet beeld heb van wat ik wilde als al heel jong. En ik denk dat ik ze al mijn studiepaden gevolgd hebt die ik ook graag wilde doen en waar ik nu ook lekker mee aan de slag kan gaan. Nog steeds, dus. Ik denk dat ik een complete invulling nu heb van wat ik wil en wat ik doe.

Nooit de behoefte gehad aan bijscholing?

Euh, nee, ik denk dat ik een heel, heel compleet beeld heb van wat ik wilde als al heel jong. En ik denk dat ik ze al mijn studiepaden gevolgd hebt die ik ook graag wilde doen en waar ik nu ook lekker mee aan de slag kan gaan. Nog steeds, dus.

Ik denk dat ik een complete invulling nu heb van wat ik wil en wat ik doe. Nou, ik heb wel wat bijscholing, ik heb wel wat workshops gevolgd in de loop der jaren zeg maar.

Maar wat ik merkte is dat, euh, 't bracht me in die zin wel nieuwe inzichten en nieuwe mogelijkheden, maar vaak als je workshops volgt, en je doet dat dan vaak op professioneel niveau, en aangezien wij heel veel werken met amateurkoren, is het werken met amateurkoren toch in die zin ook in repetitietechniek en de snelheid in repetitie, dat soort zaken, ligt net even op een ander niveau als professioneel. 

Dus als je workshop volgt op professioneel niveau, krijg je vaak ook professionele tips en daar is op zich helemaal niks mis mee. Maar die weet ik al.

Alleen bij amateurkoren moet je vaak toch andere wegen zoeken en andere manieren zoeken om mensen die maar één keer in de week op de repetitie komen en de rest van de week vaak een boekje niet meer openslaan, om die zover te krijgen zoals jij het wil.

Hoeveel koren dirigeer je op dit moment?

Vijf koren.

Allemaal klassieke koren. In het verleden heb ik ook wel popkoren gedirigeerd, gospelkoren gedirigeerd zelfs, big band gedirigeerd, harmonieorkesten gedirigeerd, klassiek orkest gedirigeerd. Dus de variëteit van muziek is zeer groot.

Ik kan ook niet zeggen dat ik alleen maar van klassieke muziek hou. Zeer zeker niet. Alles wat goeie muziek is, vind ik mooi, zeg maar. Kan ik waardering voor opbrengen. Wil niet zeggen dat het helemaal past bij de smaak die ik heb, maar daar kan ik wel enorm veel waardering voor opbrengen.

Dus het is niet zo dat ik eigenlijk alleen maar geënd ben op mensen die mooi klassieke muziek maken en dat ik me daar helemaal in verzwelg, zeg maar, en onderdompel, maar dat kan net zo goed houden van hele goeie popmuziek of hele goeie jazzmuziek of andere muziek. Als het goed is, dan kan het me best bekoren.

"Goede muziek is muziek waar je hart en ziel in ligt. Dat is voor mij het belangrijkste."

Wat is goede muziek?

Ja, goede muziek is wel muziek waar hart en ziel in ligt denk ik. Dat is voor mij het meest belangrijk. Als een artiest in wat voor genre dan ook laat zien dat zijn hart en ziel in de muziek zit en dat als hij of zij muziek maakt bij mij een emotie teweeg brengt, want dat is denk ik de essentie van muziek.

Als het emotie teweegbrengt bij of dat nou kippenvel is of juist dat je denkt 'God, hier word ik heel angstig van of dit vind ik echt..' klinkt soms afschuwelijk lelijk zelfs, op sommige momenten. Dan brengt dat een emotie bij je en dat is volgens mij een goeie muziek. Dat het iets met je doet.

Heb je een favoriete componist uit de Barok?

Uit de barokmuziek is Vivaldi wel een van mijn uitgesproken favorieten en puur omdat de man bij al zijn composities een bepaalde compositietechniek toepast waar heel veel sequensen in voorkomen. En elke keer klinkt het anders.

En dat vind ik bijzonder dat je dus een standaard compositietechniek hanteert, wat Vivaldi eigenlijk doet, en dat die met die standaard techniek elke compositie wezenlijk andere harmonieën geeft, andere klankkleur geeft, ander klankbeeld creëert. En dat vind ik wonderschoon. Dat vind ik echt dat je denkt van 'wauw'. Da's knap. Da's heel knap.

"Vivaldi past een bepaalde compositietechniek toe waar heel veel sequensen in voorkomen, en elke keer klinkt het anders. Dat is knap.

Da's heel knap."

En de romantiek?

Oeh! Dat is een lastige, want in de romantiek zijn er heel veel componisten die ik eigenlijk wel erg mooi vind. Maar als je over vocale muziek praat, want dat is wel even een belangrijk dingetje, dan denk ik dat Rheinberger één van mijn favoriete componisten is Heeft hele mooie werken geschreven, Stabat Mater onder andere. Een paar fraaie liederen geschreven.

Deze man is wel echt romantisch in zijn compositiestijl, zeg maar. Daardoor ook denk ik qua melodische lijnen erg toegankelijk voor heel veel mensen. En ik vind het eigenlijk bij hem altijd dat de middenstemmen een hele bijzondere harmonische invulling geven aan de hele lijn van het verhaal.

Dus als je de melodische lijn hoort is die heel toegankelijk, maar als je dieper luistert en je luistert naar de tweede en derde stem, dan hoor je in een echte dubbele laag er inzitten die zijn muziek zeer bijzonder maakt. En voor mij ook eigenlijk als één van de favorieten in de romantische muziek mag gelden.

En de hedendaagse kant?

Oeh. Van de hedendaags kant zijn er een aantal. Ik ben de laatste tijd eigenlijk toch een beetje weg van Eric Whitacre, hoewel ik ook af en toe een beetje verveeld raak van zijn composities. En dat komt omdat ie teveel hetzelfde doet. Hij heeft niet de kracht van Vivaldi dat zijn composities, ondanks dat ie dezelfde techniek gebruikt, ook wezenlijk anders kunnen klinken elke keer.

Als je veel van zijn werk luistert, dan herken je het, tussen haakjes, trucje, zeg maar, van wat ie gebruikt. Maar hij heeft wel iets in zijn composities waarvan, als je luistert en je bent ermee aan de slag, ook als dirigent, en je werkt met de composities, dat je tijdens het werk gewoon toch zoiets hebt van 'waaaauw, hier kan ik echt heel veel uithalen en hier kan ik in een intense sfeer mee neerzetten'. En dat vind ik echt bijzonder aan zijn werk.

Ik was heel erg onder de indruk van 'Sleep'.

Ja, daar ben ik nu op dit moment met één van mijn koren ook mee bezig. Ja, is een prachtig werk. Is een prachtig werk. Is een heel bijzonder werk moet ik zeggen.

En ook omdat, de tekst was al gegeven en er was een compositie, dat weet je. En uiteindelijk mocht ie die niet gebruiken, want er lagen recht op. En toen heeft u dus opnieuw een compositie laten maken. Maar die moest passen bij de tekst, want anders mocht het weer niet vanwege rechten. En dat vind ik al op zich wel een heel bijzonder gegeven.

Plus het feit dat er heel veel persoonlijke details van hem in zaten uit zijn persoonlijke leven heeft hij daarin in toegevoegd. En je merkt ook dat een hele intense compositie is. En het mooiste is eigenlijk het einde, wat helemaal uitsterft tot bijna niets, zeg maar.

En die herhaling kan je eigenlijk bijna meditatief zien. Zeg ik altijd maar, het einde. Het slot van het stuk loopt langzaam weg, weg, weg, weg, weg. En het heeft eigenlijk een einde, maar je weet niet wanneer, zeg maar. Op een gegeven moment hoor je niks meer. Prachtig.

Zijn 5 koren ook niet een beetje veel?

Ik heb tegen mijzelf gezegd van ik wil eigenlijk nu wel wat minder doen, want ik heb jarenlang ook kinderkoren gedirigeerd op een hoog niveau van de Nationale Opera, en mijn agenda was zo vol dat ik in de maand december alleen al van één koor meer dan dertig voorstellingen had. Dus die agenda die liep alleen maar voller en voller en voller en voller. Ik zat bijna elke week, zeven dagen was ik aan werk, en toen heb ik op een gegeven moment gezegd van dit ga ik niet meer trekken. Lichamelijk ook niet.

Dus toen heb ik, ik denk een in jaar lang, schrik niet hoor, een jaar lang heb ik iets geminderd dat ik dacht van nou, dit gaat me wel bevallen. En na dat jaar kreeg ik toch weer aanbiedingen van mensen die zeiden, wil je niet bij ons komen dirigeren enzovoort. En ja, dan kruipt het bloed waar het niet gaan kan. En dat sluipt er dan weer ongemerkt in.

"Ik kan niet zonder muziek"

Je gaat dan naar zo'n koor, je doet een proefdirectie, het klikt en je zegt ja, want het past. En je overrompeld iedereen weer met een massa aan muziek en een massa aan optredens, en voor je het weet zit je weer met vijf koren en staat je agenda weer van hier tot Tokyo vol. Dat is, ja, het leven van een musicus denk ik. Je houdt het niet tegen in theorie. Ik kan wel even rustig aan doen. Ben ook geen stilzitter. Ik kan niet zonder muziek zitten, maar dat is, ja.

Werk je alleen met volwassenen?

Ja, het zijn nu momenteel alleen volwassen koren, inderdaad. En er zitten ook een paar koren tussen die overwegend wat oudere leeftijd hebben. Wat ik op zich heel aan uitdagend vind omdat heel veel mensen zeggen dat ze met de oudere stem niet zoveel kunnen, omdat de ontwikkeling vaak stopt natuurlijk, na een bepaalde leeftijd. 

Dat is ook heel logisch he. En men zegt ook dat oudere stemmen op een gegeven toch wat 'krakeriger' worden of juist wat 'iebeliger' worden waardoor het niet meer helemaal zuiver op toon kan blijven. En ik heb daar toch wel een grote uitdaging in gevonden om te kijken hoe ik de oudere stem toch nog zo veel mogelijk zonder dat het 'iebelig' gaat klinken en zonder dat de intonatie daaronder te lijden heeft, toch een hele mooie heldere volle klank kan krijgen. 

"Je kan veel meer met een oudere stem, mits je de juiste passende composities daarbij uitzoekt!"

En vaak heeft een oudere stem wat doorleefde klankkleur, zeg maar, waar je veel meer mee kan mits je de juiste passende composities daarbij uitzoekt. Want dat is denk ik bij oudere koren waar de crux zit. Heel veel dirigenten die hebben dan een groot koor, een oratoriumkoor of wat dan ook en daar staan daar 80 dames en heren, met overwegend een gemiddelde leeftijd van boven de 65, dat is helemaal niet op zich helemaal niet verkeerd, maar de gaan ze composities kiezen waarvan je denkt van ja, dat moet je eigenlijk gewoon niet willen met die oudere stem. 

Er zijn zoveel andere composities te vinden die wel passen bij de wat ouder wordende stem en waar je een fantastisch mooie klankkleur en fantastisch mooie concerten mee kan geven zonder dat je ze tekort doet. Want ga je over de grens heen bij oudere stemmen, dan klinkt het 'iebelig' of vals ronduit. En dan zeggen mensen 'ja, maar wat moet ik hiermee?'

Ja dat kan je dan ook niks mee, maar dat ligt dan ook vaak eerder aan de keuze van de werken van de dirigent denk ik. En ook aan de keuze van de werken van het koor zelf. Want de koren zelf hebben dan vaak nog het idee dat ze wel hele ingewikkelde en moeilijke stukken, die ze ooit twintig jaar geleden gezongen hebben, kunnen doen. En dan denk ik dat je als dirigent moet zeggen van dat gaan we niet doen. He, dan moet je heel duidelijk in zijn.

En dan moet je zeggen laten we dat gewoon niet doen. Je kan best een deel pakken dan uit een heel groot werk waarvan je zegt dat past nog binnen de mogelijkheden van het koor, maar je moet daar wel wat voorzichtig zijn. Dat heeft zijn beperkingen.

Bedankt voor de tip! Ik wilde je er al naar vragen...

Dat is volgens mij een tip en, weet je, ik merk ook dat je bij oudere mensen heel veel kan doen. En ik heb bij mijn vrouwenensemble, daar zitten dames in die zijn gemiddeld rond de zeventig jaar zelfs al, er zitten een paar jongeren tussen. Die zijn dan rond de vijftig, zestig. Maar de dames van zeventig jaar, die zit er nog met gemak een hoge G. Zonder dat het onzuiver is.

Dat heeft ook te maken met koorscholing. Als jij als koordirigent zo'n koor van tevoren goed laat inzingen en goeie tips geeft over wat ze moeten doen om de toon netjes vol te kunnen laten klinken, wat ze kunnen doen met vocalen, wat ze kunnen doen met kleuring en wat ze kunnen doen om lastige sprongen beter te intoneren, dan hou je ze actief.

En dan merk je ook dat die spieren, die eigenlijk misschien op leeftijd wat eerder verslapt zijn, weer geactiveerd worden. En dan zie je dat er, ik weet niet of er iets bestaat als een spiergeheugen. Heel veel mensen zeggen van wel, maar ik heb daar een beetje mijn twijfels over.

Maar het is wel zo dat de dames kunnen, in dit geval de dames, kunnen weer oproepen wat ze vroeger automatisch deden, doordat je ze handvatten geeft dat als je het zo en zo en zo eens probeert, dan zal je zien dat je klankkwaliteit beter wordt. En dan krijgen ze uiteindelijk weer redelijk met gemak een hoge G eruit. En dat is knap, want dan kan je weer wat doen. Dan kun je weer verder.

Heb je ook met professionals gewerkt?

Ja, ik heb ook met professionals gewerkt in het verleden. Ik ben bij de Nationale Opera verantwoordelijk geweest voor het instuderen van de kinderkoorpartijen bij opera's waar kinderkoren zeg maar een rol hadden. En dan werk je dus met een volledig professioneel gezelschap. 

De kinderkoren zijn weliswaar jonge amateuzangeresjes en -zangers, maar je zit in professionele producties. Dus ik heb daar gewerkt voor het Concertgebouworkest, Rotterdams Philharmonisch, Holland Symfonia met alle grote dirigenten Simon Rattle, Valery Gergiev, noem maar op. Die verwachten op professioneel niveau van het kinderkoor. Dus die verwachten hetzelfde wat ze van het Nationale Opera Koor verwachten, dat verwachten ze dus ook van het kinderkoor.

Die moeten op hoog niveau kunnen presteren. Je werkt er met grote solisten, je werkt een grote orkesten, grote dirigenten. Dus je zal op professioneel niveau moeten kunnen presteren om dat te doen. En ik heb dat ruim zeven jaar lang gedaan met hart en ziel en met alle inzet en met heel veel, heel veel plezier, moet ik zeggen. Maar het heeft ook zeven jaar van je leven gekost, want je zet daar meer dan honderd procent inzet voor, wordt er van je verwacht. 

"Elk nootje moet tot in de finesses uitgewerkt worden om te zorgen dat het klinkt zoals het op een groot podium behoort te klinken."

En elk nootje moet tot in de finesses uitgewerkt worden om te zorgen dat het klinkt zoals het op een groot podium behoort te klinken. Want je hebt dan bijvoorbeeld een aantal uitvoeringen van pak m beet tien, twintig uitvoeringen, maar die moeten alle tien of alle twintig op hoog niveau zijn. Want de zaal zit vol, de Stopera zit vol. 

Daar zitten 5.000 man. Die hebben allemaal betaald voor een kaartje. Die verwachten een professionele voorstelling. Die verwachten geen kinderkoor wat een nootje laat vallen of wat vals zingt. Dus ja, je kan wel zeggen dat ik daar ervaring mee heb, ja.

Bijzonder om op zo'n niveau met kinderen ter werken.

Ja. Dat is een bijzondere ervaring. Dat is iets waar ik ingerold ben en ik had dat eigenlijk niet gedacht. Ik was toen hier bij de muziekschool in Purmerend, muziekschool Waterland. Daar was een vacature toentertijd voor hun jeugdkoor, 'The Classic Frogs'. Die bestaan niet meer, maar dat was toen een jeugdkoor en die kwam voort uit kinderkoor 'De Kickers'.

En dat was in die jaren een wereldberoemd kinderkoor. Ze reisden de hele wereld erover. Ze waren verbonden aan de Nationale Opera en uit dat koor gingen de oudere kinderen naar het jeugdkoor.

Ik werd toen aangenomen als dirigent voor het jeugdkoor. Zeer goed jeugdkoor overigens. Zongen voornamelijk klassiek, maar ook uitstapjes naar close harmony. Dat heb ik ook jarenlang met enorm veel plezier gedaan. 

Op het moment dat ik daar begon was de toenmalige dirigent van het kinderkoor door ziekte niet in staat om het kinderkoor te dirigeren. Toen hebben ze mij als vervanger gevraagd. En zo ben ik van lieverlee ingerold en heb ik dat kinderkoor gekregen ook, zeg maar, onder mijn hoede, en ben ik dus zo bij de Nationale Opera terechtgekomen.

En dat was eigenlijk bij toeval. Dat is toentertijd een gouden combinatie gebleken. En zo rol je van het ene in het andere. En dat gaat soms zo in dit vak. Je kan niet voorspellen hoe het loopt.

Wat vind jij nou het mooiste aan het werken met koren?

Oeh! Het mooiste aan werken met koren. Dat vind ik een moeilijke vraag, maar ik denk dat één van de belangrijkste dingen kan werken met koren eigenlijk voor mij is dat je werkt met een levend instrument. Dat is bij mij de essentie. Je krijgt klank uit het lichaam van een groep mensen. 

"Als koordirigent werk je

met een leven instrument"

Er staan pak m beet veertig dames en heren voor je. Die nemen een hap lucht, die doen hun mond open en je hebt klank. Dat blijft een verbazingwekkend iets, zeg maar, als je daar als dirigent voor staat. En elke keer als ik, elke avond eigenlijk als ik naar de repetitie ga, heb ik diezelfde verwondering nog dat ik denkt van 'Wauw'. 

Je geeft ze adem, er komt klank, en je denkt 'Wow, hier kan ik wat mee'. En dat is denk ik wel het meest bijzondere van het dirigeren van een koor. Er zit niks tussen. Het zijn mensen zoals jij en ik. Geen instrument zitten er tussen. Niks. Het komt uit je eigen lijf.

Welke functie heeft volgens jou de dirigent?

​​​​Dat is een goeie vraag.

De dirigent is eigenlijk met name in eerste instantie volgens mij inspirator. Je moet zorgen dat je als dirigent een groep mensen, en of dat nou homogeen of heterogene groep is, dat maakt verder niks uit. Zorgt dat je ze met alle neuzen dezelfde kant uit krijgt en uiteindelijk komt tot een gezamenlijke topprestatie binnen het vermogen van het koor. 

En of dat een zeven is of een tien is, of een zes is of acht en half is. Dat doet er eigenlijk niet toe. Het gaat erom dat je het maximale uit het koren weet te halen en dat je zorgt dat de hele groep ook hetzelfde doel heeft en ook gaat voor datzelfde doel. Dat is denk ik punt één van wat de functie is van een dirigent.

Punt twee is dat je als je geen dirigent hebt en je zet 40 mensen bij mekaar en je zegt 'ok, we gaan dit stuk doen', dan krijg je 40 verschillende meningen en dan komt er niks uit. Dus je moet een leider hebben, in dit geval met 'ei', als het goed is en die zorgt dat er één visie is op het stuk wat je gaat uitvoeren en in mijn ogen moet die visie zo dicht mogelijk liggen bij wat de arrangeur, de componist of de bewerker van stuk bedoeld heeft. Je hebt daar beperkte vrijheid in zeg ik altijd maar.

Maar ik blijf altijd zo dicht mogelijk bij de compositie. Daar doe je dit de componist eer mee. He, daar doe je ze eer mee aan. Dat is hún vak. Dat is niet mijn vak. Mijn vak is het vertolken daarvan. En daardoor heb je dus de functie als helper.

Want je helpt dat koor op weg en je probeert ze handvatten te geven van als je het zo doet en als je het zo doet, dan komen we daaruit en krijgen we dit voor mekaar en krijg je dat voor mekaar. En zo probeer je uiteindelijk als helper en inspirator te krijgen wat je wil. En dat is heel mooi.

"De functie van een dirigent is die van 

inspirator en een helper"

In hoeverre laat jij je zangers meedenken in de interpretatie van een werk?

Geheel niet. Nee hoor, gekheid. Is flauwekul. Nee, de ruimte is er altijd. Het is alleen wel zo dat je als dirigent zegt. Maar dan heb je als het goed is, en dat is wat ik doe in ieder geval overdag, is het voorbereiden van muziekstukken. Dus, je kent het stuk door en door, je weet wat je ermee wil, je weet wat de componist bedoeld heeft én binnen die lijnen probeer je het stuk te laten klinken door het koor. 

Maar is er een koorlid, en daar zijn er velen van te noemen, en er zijn genoeg amateurkoorleden die het vermogen hebben van een professionele zanger of zangeres en die weten het vaak, en die kunnen ook vaak veel beter zingen dan ik zelf. Die kunnen echt mooier zingen dan dat ik het kan. En die koorleden zijn vaak zo muzikaal, die horen ook dingen.

En als die met een idee komen, met een suggestie komen, en zeggen 'Lorenzo, je zegt dat je hier juist een diminuendo wil, maar ik zou dat absoluut niet doen, want dat past daar geheel niet bij. Ik zou dat gewoon lekker en met zo'n forte laten liggen.' Ik noem maar wat. Dan ben ik eigenlijk altijd bereid om te zeggen, ik ga dat de kans geven en op het moment dat je dat dan probeert, en je hoort dat het wezenlijk beter is en klopt bij wat de compositie of de componist met de compositie bedoeld heeft, dan zeg ik 'gaan we doen.'

Als ik uiteindelijk, met mijn oren vaststel dat dat niet het beoogde effect heeft waarvan ik meen dat de componist dat anders bedoeld heeft, dan vind ik het een goeie suggestie, maar dat doen we niet. Maar dan kan je toch onderbouwen. Hè, dan kan je het ook onderbouwen, want je kan niet tegen een een goed geschoolde amateur die zeer veel talent heeft, zonder onderbouwing zeggen 'nee, dat gaan we niet doen. Ik heb besloten dat het zo gaat doen. Klaar.'

Dat kan je wel doen op het moment dat er eventueel discussie is in het koor. Je hebt wel eens tijdens de repetities dat mensen zeggen 'ja, maar ik vind het zus. Nee, nee, maar ik vind dit zo.' Dan moet je het afkappen. Dan moet je zeggen nee, dames en heren. We doen het alleen op deze manier. Klaar. Want dan heeft het geen effect.

Daar krijg je oeverloze discussies, en dan zou je dus datgene krijgen wat je krijgt als je geen dirigent hebt: veertig mensen, veertig meningen. En daar moet je vooruitkijken. Maar als er een goeie suggestie tussen zit die wezenlijk bijdraagt aan een betere uitvoering, sta ik daar zeker voor open.

Wat is jouw gedachte over het uit het hoofd zingen van koren?

Dat is, en wel met klassieke muziek denk ik, ligt dat iets anders dan met lichte muziek. Ik geloof dat daar een wezenlijk verschil in zit. Als je lichte muziek-werken neemt, dan duurt een licht-muziek werkje, laten we een gemiddeld licht-muziekwerkje nemen, drie minuten, drieënhalve minuut. Als je een groot koorwerk neemt, dan praat je over drie kwartier. 

Plus dat veel lichte muziek Engelstalig is door de bank genomen groot gedeelte voor lichte muziek is Engelstalig, zal ik maar zeggen, en klassieke koormuziek kan Frans zijn, kan Duits zijn, kan Engels zijn, kan Spaans en Italiaans zijn, kan Latijn zijn, kan Hongaars zijn. Kunnen alle talen zijn. En daar ligt een beetje de moeilijkheid om te zeggen 'moet je alle klassieke muziek uit het hoofd kunnen zingen?'

Wat ik vind is eigenlijk dat je natuurlijk, ook al heb je je boekje en je bladmuziek erbij, dat je die nodig hebt op heel veel plekken, maar je moet wel weten waar de muziek heen gaat. Dus je moet het wel min of meer uit je hoofd kennen als koorzanger en koorzangeres. 

En dat je, omdat er zoveel lastige tekstpassages in kunnen zitten in talen die je niet beheerst, dat je daarvoor je map met je muziek nodig hebt, vind ik een heel logisch iets, maar die map mag niet staan tussen de zanger en de dirigent en tussen de zangers en het publiek. En dat is altijd een moeilijke opgave, omdat heel veel mensen de neiging hebben om die map te zien als een soort zekerheid, en het is in mijn ogen schijnzekerheid, want mensen kunnen meer uit hun hoofd dan dat ze denken. 

"Veel mensen hebben de neiging om de map te zien als een soort zekerheid, maar in mijn ogen is het een schijnzekerheid."

Ik leer mijn koorleden ook altijd proberen eens gewoon uit de eerste drie woordjes van de zin de rest van de zin op te zeggen. Dus als je gewoon een zin hebt in een liedje en je leest de eerste drie woorden uit het boekje, maak daarna de zin uit je hoofd af. 

Dat werkt heel erg goed, want mensen zien het, 'oh, de eerste drie woorden dan weet ik de rest van de zin ook.' En dat is waar het om draait, want ze weten dondersgoed wat er staat alleen, ze menen nog elke keer dat mapje nodig te hebben, omdat ze denken dat ze anders niet meer weten waar ze zitten. 

Kijk, heb je veel melismen erin zitten; als er honderd keer 'amen', er honderd keer 'halleluja' voorkomt, dan heb je je boekje af en toe nodig. Dat is heel logisch, want dan moet je kijken naar welk notenbeeld het gaat. Maar heb je echt tekst die gewoon onder de noten staat, dan heb je aan drie woordjes genoeg om de hele zin te kunnen lezen. Dus zo hoef je maar de helft van de tijd op je boekje te kijken of minder nog.

En voor lichte muziek?

Ja, met lichte muziek denk ik dat uit het hoofd zingen een must is. Dat geloof ik. Als ik een popkoor zie en ik zou een popkoor zien met een map in de handen, dan zou mij dat storen. Dan zou mij dat vreselijk storen. Want popkoren hebben toch ook nog een andere functie en dat is denk ik ook gewoon een podiumpresentatie. 

En dat hebben klassieke koren ook, maar op een andere manier. Ik denk dat je als popkoor tegenwoordig hebben ze heel veel choreografieën bij, of dat altijd goed is wil ik even terzijde laten, daar ben ik ook niet helemaal over uit nog, maar ik begrijp best dat popkoren meer in de trend denken als performer, dus als solo artiest.

Maar dan zijn ze wel een koor zeg maar. Dus dan kan je geen map gebruiken. Dan moet je uit je hoofd zingen. Er is geen andere optie, zeg maar. En als je oratoriumkoor hebt. Die kunnen niet één of andere podiumpresentatie hebben, want die staan achter een orkest opgesteld op raisers, en daar staan ze op een vaste plek, dus die kunnen geen kant uit.

Die staan op een vaste positie. En dan is ook de beste positie voor de dirigent en voor het publiek, want de klank komt zo het beste tot z'n recht over het orkest heen. Daar kan je bij podiumpresentatie niks, dus als die mensen een boekje in hun hand hebben is er niks aan de hand, mits ze niet voor gezicht houden.

Je dirigeert ook kamerkoren. Geldt dat daar ook?

Ja, ik vind dat het voor kamerkoren wel anders ligt. Ik heb twee kamerkoren en die kamerkoren hebben wel een map in hun hand, maar ze kijken er eigenlijk nooit naar. En soms denk ik ook wel eens 'joh, laat het gewoon weg', want het heeft geen enkele zin om dan die map vast te houden om het te hebben als een soortement van 'het is er'. Weet je wel. 

Maar voor kamerkoren vind ik, die moeten uit het hoofd kunnen zingen. In principe gewoon uit hoofd. Dat geeft je net zoals bij popkoren ultieme vrijheid. Als dirigent geeft je dat ultieme vrijheid, als koorzanger en koorzangeres ook. Je kan veel meer als je kijkt naar de dirigent. Bij popkoren is dat niet altijd strikt noodzakelijk om naar de dirigent te kijken, denk ik.

Ik heb wel popkoren gedirigeerd, maar soms is het. Je ziet dat als je popkoren neemt die met een band werken, en die zijn er nog steeds, heel veel zelfs, daar heb je als dirigent eigenlijk een compleet andere functie. Want je kan niks met het tempo. Het tempo is gegeven. Je kan niks met dynamiek, of heel weinig, want de band geeft al heel veel dingen aan.

En wat moet je dan? Dan kan je alleen als soortement van de swingende dirigent ervoor staan en proberen om de mensen nog een beetje op weg te helpen met de tekst, als dat dan nodig is, en wat inzicht aangeven en op tijd beginnen en op tijd af slaan. Maar ja, de band is afgelopen, dan houden ze ook op met zingen. Daar is nog wel een weg te gaan, denk ik.

Ik denk dat ze daar van af zouden moeten. Popkoren met band. Dat zou niet moeten mogen eigenlijk. Ik weet dat ik nu heilige huisjes omver schop, ik weet het. Maar ik vind eigenlijk, gebruik dan gewoon een band, weet je. Gebruik een combo of gebruik een band als je dat wil. Is toch fantastisch; livemuziek erbij. Ideaal.

Jij kan als dirigent kan je het helemaal vormen zoals je het hebben wil. Voor koor is het prachtig. Voor publiek is het geweldig. Heb je een win winsituatie, dan zeg ik niets. Of ga ik graag Capella zingen. Als vocal group. Lekker a capella zingen, close harmony, klaar. Simpel, denk ik.

Moet de dirigent dan ook uit het hoofd dirigeren?

Ja, ik vind in principe zeg maar. De dirigent moet het stuk natuurlijk uit zijn hoofd kennen. Ik ken alle stukken uit mijn hoofd. Ik weet vaak ook alle maatcijfers van de belangrijke passages uit mijn hoofd. Ik vind dat dat heel normaal is, zeg maar. Dat impliceert niet dat ik zonder partituur dirigeer. 

En dat komt vaak omdat er hele gewikkeld ingewikkelde passages bij zitten die niet zozeer horizontaal ingewikkeld zijn als wel verticaal ingewikkeld zijn. En daarvoor heb je als dirigent op sommige momenten zeer zeker je partituur voor nodig, want je wil wel de kwaliteit van het geheel kunnen bewaken.

En ik kom uit een generatie die, dat klinkt, misschien een beetje gek, maar in de tijd dat ik muzieklessen kreeg was uit je hoofd zingen en spelen geen gemeengoed, zoals nu is. Er werd toen niet gewerkt met de methode 'ik zing wat voor, zing jij maar na', of 'ik speel wat voor speel jij maar na.'

Er werd geleerd dat een bepaalde toon hoorde bij een bepaalde greep, zal ik maar zeggen. Of het bij zingen ook er werd gehoord, 'dit is het liedje, daar horen deze noten bij.' Dus je werd geconfronteerd in die tijd met dat uit het hoofd spelen of wat uit hoofd zingen, eigenlijk in de klassieke muziek methodes, want dat was toen zo, niet gebeurde. Dat is pas van later tijd.

Later zijn die methodes gekomen waar ik absoluut een groot voorstander van ben. Want die methodes van nu werken vele malen beter dan de methodes van toen, omdat mensen nu al op jonge leeftijd hun oren gaan gebruiken. Dat is eigenlijk waar muziek om draait, en je hebt maar twee meetinstrumenten, dat is mijn linker en mijn rechter oor. Heel simpel.

En dat is wat je in die tijd minder had. Veel minder had. Waardoor ik eigenlijk altijd nog steeds een partituur op een lessenaar heb liggen, hoewel ik er niet altijd in kijk. Maar voor die lastige passages heb ik de partituur wel nodig af en toe. En dat gebruik ik dan ook.

En ik geloof ook niet dat daar wat mis mee is.

Wat. zou een goede tip zijn op het gebied van slagtechniek?

Nou, wat heel belangrijk is, denk ik, is om de basis-slagtechniek in essentie zeer goed te beheersen.Dat moet een automatisme worden. Als dat een automatisme is voor je, dus een 1-tels-, een 2-tels-, een 3-tels-, een 4-maat om het maar heel simpel te zeggen.

Als je die goed beheerst, dan kan je altijd terugvallen op dat stukje basistechniek. Wat voor andere bewegingen je als dirigent ook maakt om muziek te vormen of een koor zo ver te krijgen als wat je hebben. Maar uiteindelijk moet je het koor een stukje zekerheid kunnen geven. En dat is bij amateurkoren van groter belang dan bij professionals, hoewel professionals het ook nodig hebben; een hele duidelijke, heldere slag van de maatsoort waar je in zit.

"Wat heel belangrijk is, is om de basis-slagtechniek in essentie zeer goed te beheersen."

En ik denk dat dat eigenlijk de meest belangrijke is. En dat is inderdaad wel iets wat je veel ziet. Dat is niet zozeer een vraag, maar wel de conclusie die ik zie bij alle cursussen die ik tot nu toe voor de Dirigentenacademie gegeven heb, is dat alle cursisten aan het einde het belang inzien van het krijgen van automatisme in het slaan van de maat, van het tacteren.

Ze zien allemaal dat als ik dat beheers, dan hoef ik daar niet meer over na te denken, want het gaat als een automatisme, net als autorijden. En dan heb ik vrijheid als dirigent om te doen wat ik zou moeten doen. En dat is de emotie van het stuk overbrengen. Ik denk dat dat de essentie is van de cursus. Je moet tacteren als een automatisme kunnen beheersen?

Ook leren van Lorenzo Papolo?


Lorenzo is docent voor de Basiscursus Dirigeren bij de Dirigentenacademie. Er worden door het jaar heen diverse cursusdagen georganiseerd. 

Heb jij ook belangstelling voor de cursusdag Basiscursus Dirigeren, klik dan op onderstaande knop voor meer informatie.

Hoe ziet jouw perfecte repetitie eruit?

Jeetje. Heb ik een perfecte repetitie? Nee, die heb ik niet. Dat zeg ik heel eerlijk. Er is nooit een perfecte repetitie eigenlijk. Die is er niet. Ik geloof ook niet dat ik daar naar streef, naar een perfecte repetitie. Als ik zou streven naar een perfecte repetitie, leert mijn koor niks en leer ik niks. En daar hebben we beiden niks aan. 

Dus ik streef eigenlijk naar imperfecte repetities. Dat klinkt super onhandig. Zeg nog wat ik nu zeg, maar dat is volgens mij wel waar het om gaat. Ik wil op zo'n avond leren van mijn koor en mijn koor wil op zo'n avond leren van mij en leren van elkaar kan je alleen als je fouten maakt.

Als je geen fouten maakt, heb je niks geleerd en heb je ook niks gepresteerd. Je kan alleen presteren doordat je ik weet niet hoeveel verkeer fouten maakt en uiteindelijk hopelijk verbeter je dat en kom je tot het doel wat je hebben wil.

Dus nee, perfecte repetitie. Daar heb ik geen beeld van. Want het grappige is als ik hier thuis zit voor te bereiden voor een van mijn koren, en ik neem de stukken door en ik zie op papier en achter mijn piano en al zingend weet ik waar de moeilijkheden liggen. En dat denk ik oké, daar zet ik een cirkeltje om, daar zet ik een cirkeltje om, daar zet ik een cirkeltje om, want daar weet ik dat de koren het ongelooflijk lastig gaan krijgen, om wat voor reden dan ook.

Dan kom je op de repetitie. En wat gebeurt er? Ze zingen de cirkeltjes die ik als moeilijk heb omcirkeld en waarvan ik ook weet dat ze moeilijk zijn, zingen ze zo door, zonder enig probleem. En dan struikelen ze over een simpele grote secunde in de volgende passage. Dat je denkt hoe krijg je het voor elkaar? Dus die repetities zijn onvoorspelbaar haast.

Want je bereid je terdege voor als dirigent. En dat doen we allemaal. En je weet ook daar komen de problemen aan. En prompt: niet! En acht maten verderop. Dat zingen ze zo: diep in de problemen. Dus dat is eigenlijk wel verrassende van ons vak. Dat je het heel moeilijk kan voorspellen. 

"Ik streef eigenlijk naar

imperfectie repetities."

En in heel veel gevallen komt het ook voor dat waar jij problemen voorziet dat er ook problemen ontstaan, maar dan weet je ook de oplossing. En dan kan je ze daar ook heen helpen. Maar vaak komen er ook op onverwachte plekken problemen waarvan je denkt van ja jeetje zeg. Hoe kan je hier over struikelen? 

En dat kan ook komen doordat je zelf sommige passages door je jaren ervaring heel makkelijk vindt en die amateurs misschien toch ietsje moeilijker ervaren dan jij zelf. Want vaak zijn hele melodieuze lijnen voor jezelf heel makkelijk. Als je dat hoort, denk je, nou, als ik dat lijntje één keer gehoord heb, dan zing ik het, en nou, dan weet ik het.

Maar voor amateurs ligt dat vaak niet zo. Want er zitten in zo'n melodieuze lijn toch net eventjes wat herstelde nootjes waarvan ze denken hey, dat begrijpen wij niet helemaal waarom dat zo is. Terwijl omdat jij al jaren ervaring hebt al weet wat harmonische gang gaat zijn. En dan denk je daar waarschijnlijk net even iets te makkelijk over dat ze dat zo zullen oppakken. En dan heeft dat even iets meer aandacht nodig.

Hoe start jij jouw repetities meestal?

Ja, ik ben iemand van een vaste methode voor inzingen en dat klinkt gek. Ik wil het koor namelijk door een vaste methode van inzingen te hanteren een stuk zekerheid geven aan het begin van de repetitie of voor het begin van een concert. Zij weten wat ze van mij kunnen verwachten met inzingen. En dat geeft ze een heerlijk gevoel van rust aan het begin van de repetitie. 

Het begint eerst met ademhalingsoefeningen, we maken ons lichaam even los. We gaan rustig neuriën, belasten onze stembanden nog helemaal niet. We gaan even op 'ng'-klank, gaan we wat klank maken. Dat is allemaal heel goed. We gaan even rustig wat slijm los kopen. Pa pa pa pa pa pa pa pa paaa. Dat weten ze allemaal, dat is geen probleem.

Ze weten op een gegeven moment: hé, we gaan iets meer vocale oefeningen doen. ie-e-a-o-u-ie, enzovoort. Dat soort zaken. Ze weten op een gegeven moment we gaan lijnen van boven naar beneden zingen. Eens even kijken of we die stapjes wat dichter bij elkaar kunnen houden. Ik heb een hele routine eigenlijk die ik bij al mijn koren doe.

Als ik nu al mijn vijf koren bij elkaar zou zetten en ik zou nu beginnen met de repetitie, weten ze precies wat ze van mij mogen verwachten. En dat doe ik heel bewust. Er zijn dirigenten die dat elke keer anders doen. Ik doe dat bewust niet. Het enige wat ik aanpas bij mijn inzingen als extra oefeningen, die extra oefeningen, die maak ik dan uit een lastig stuk wat ze hebben.

Dus als ik weet hebben een stuk waar heel veel lastige syncopische passages in komen, dan verzin ik een oefeningetje extra met lastige syncopen, zodat ik ze al even voorbereid heb op 'straks komt dat stukkie, daar komt dit in voor.' Klaar. Dan weet je wat je kan verwachten.

Maar de basisinzingoefeningen hou ik altijd dezelfde. Altijd. Al jaren.

Creëert zo'n vaste routine dan geen cultuur van 'laatkomers'?

Nee, ik heb er geen last van. Al mijn koren zijn op tijd binnen en al mijn leden, mits ze niet ziek zijn of vakantie hebben of anderzijds een geldige reden hebben tot afwezigheid, zijn bij het inzingen aanwezig.

Hoe komt dat denk je?

Ik denk dat ze de repetitie op zich als zeer inspirerend ervaren, dus vinden dat ze er vanaf het eerste moment bij moeten zijn om de hele avond mee te maken. Het is ook een uitje voor ze en het uitje vinden ze blijkbaar leuk dus komen ze allemaal.

Terwijl heel veel collega's toch merken dat mensen later binnenkomen omdat ze juist hetzelfde doen. 

Dat heb ik in al die jaren, meer dan twintig jaar, heb ik dat nooit ervaren. Er blijft bij mij niemand weg bij het inzingen. Ondanks dat ik elke week hetzelfde doe. Ze weten precies wat ik ga doen. Ze weten het precies. Ik hoef niet eens te vertellen eigenlijk. 

Ik vertel het ze wel, maar ik hoeft ze niet te vertellen, want ze weten 'nu gaat 'ie deze oefening doen, nu gaat 'ie die oefening doen.' En ze blijven er allemaal bij bezig. En het is niet zo dat ik de oefeningen afdraai als een grijsgedraaide LP, om het zo maar te zeggen, want bij elke oefening hoor ik weer andere aandachtspunten. 

En daar doe ik wat mee op dat moment. Hoor ik dat als ik een lijn naar beneden zing, dat de stappen te groot zijn, dan zal ik daar wat aan moeten doen. Dus dan corrigeer ik die inzingoefening. En dat is elke week anders, want die leden komen maar één keer per week op de repetitie. 

En dan slaan ze hun boekje open, of dan doen ze hun mond open en denken ze 'we gaan zingen.' De rest van de week hebben ze gesproken met mensen maar niet gezongen. Dus dan komen ze op de repetitie. Dan gaan ze lekker zingen en dan komen ze er ineens achter. Hé, een grote drieklank.

Ja jongens, dat tweede interval. Die nemen we eigenlijk altijd te klein. Die moet groter gezongen worden. En hoe gaan we dat doen? Dat soort dingen dus. En dat verbeter je dan tijdens het inzingen. 

Hoe deel jij jouw repetitie in zodat je de aandacht van je zangers vasthoudt?

Nou, wat ik wel belangrijk vind is dat als je nieuwe dingen doet, dat je daar in ieder geval in de eerste helft van de repetitie veel werk aan verzet. Want de concentratie is aan het begin van de repetitieavond voor die mensen altijd wat hoger leert de ervaring, dan aan het einde van een repetitieavond. 

Dus als je lastige passages hebt of je moet nieuwe stukken instuderen, dan vind ik dat persoonlijk, en ik werk dat ook aan mijn koren, prettig als we dat doen aan het begin van de repetitie, in de eerste helft, zal ik maar zeggen, om zo maar te praten. Dan zijn de koorleden nog zo actief dat ze ook oppakken. 

"Doe de nieuwe dingen in de eerste helft van je repetitie."

Alhoewel je moet uitkijken met heel veel lastige dingen geven in het begin. Als je merkt dat het koor ongeveer 30 minuten stretch heeft in concentratie, dan zal je na die eerste 30 minuten met heel veel nieuwe informatie, zal je dat even af moeten wisselen met een vorige stukje herhalen of even tussentijds een ander lied zingen. 

Zeg maar wat wat afwisseling, wat ontspanning geeft, alvorens je weer nog wat nieuws aanbiedt. En na de pauze kan je best nog wat nieuws aanbieden, zij het dat je dan zorgt dat dit technisch gezien iets minder hoog niveau ligt op moeilijkheidsgraad, om zo maar te zeggen. Omdat ze na de pauze, is het wat losser.

Hebben ze wat lopen kletsen met elkaar en dan gaat de sfeer vaak een kant uit waarvan je zegt als de dirigent 'oké, kunnen we nu weer gewoon gaan repeteren, dames en heren. Wat zat er in de koffie vanavond?'

Dus daar moet je altijd een beetje je repetitiecurve op aanpassen zoals jij zegt. En ik merk dat heel veel koren het wel prettig vinden om de laatste vijf minuten of de laatste 10 minuten even wat bekends te zingen, zodat ze kunnen zeggen 'we gaan met een liedje in ons hoofd naar huis toe', zeg maar. Dat idee. Nou, dat vind ik prima. Heb ik ook geen enkel bezwaar tegen.

Van welke werkvormen maak jij graag gebruik?

Wat ik bij kamerkoren graag doe, dat kan met mijn grote koren kan dat wat minder, gelet op het aantal personen, maar met kamerkoren laat ik ze veelvuldig dezelfde passages zingen in een andere combinatie van koorleden. Dus dan laat ik bijvoorbeeld een kwart van het koor zitten en driekwart van het koor zingen. 

Of bijvoorbeeld de ene helft zitten, de andere helft zingen. En dan gooi ik ze weer door elkaar heen. En dat doe ik met name bij kamerkoren om de klankkleur te verbeteren. Want ik wil namelijk dat als de ene kwart zingt en de andere driekwart zitten, dat die driekwart die niet zingt straks precies zo klinkt als dat kwart wat gezongen heeft.

Want ik wil een eenheid krijgen in mijn klankkleur en ik wil ze bewust laten beleven, degenen die zitten, wat ze nu horen als ze aan de kant staan. Want ik weet uit mijn eigen koorervaring: "wat je hoort in het koor, is niet wat je hoort als publiek". En dat beseffen koorleden zich terdege, alleen met een groot koor is dat wat lastiger om dat in een repetitieruimte te creëren. Het kan wel. Ik doe het ook wel eens, maar wat minder vaak dan met kamerkoren.

Bij kamerkoren heb je natuurlijk gewoon een kleiner aantal mensen en kan je in zo'n ruimte veel meer van dit soort trucjes uithalen. En dit soort trucjes werken. Ik laat ze ook wel eens met de handen zo zingen.

Zodat ze horen dat de klank uit hunzelf komt, van achteren naar voren. Want heel veel koorleden zingen op hun strot, en die maken zodra ze hoge passages hebben of uiterst lage passages hebben, gaan ze zitten op hun stembandjes en gaan ze 'aangezongen', zoals dat zo mooi heet, gaat ze naar huis toe.

En dan zeggen ze 'wat heb ik vanavond toch rottig gezongen.' En dat denk ik 'ja, je hebt dus niet met je lijf gezongen blijkbaar.' Want de klank komt uit je hele lijf en dat kan je ze laten ervaren op heel veel verschillende manieren en die technieken gebruik ik. Jazeker, dat vind ik heel prettig.

En koorleden vinden dat dan ook vaak een zeer verademende en aangename repetitie, omdat ze niet alleen maar in hetzelfde halve cirkeltje staan en alleen maar bezig zijn met die nootjes en met die stukken.

Wat vind jij het belangrijkste voor jouw koorleden?

Dat ze plezier hebben in hun hobby, en dat is zingen. Dat is eigenlijk het allerbelangrijkste. Ik heb zoveel docenten gehad in mijn leven, op muziekgebied, dat de docenten waarvan ik het meest geleerd heb, zijn docenten die mij aangezet hebben tot het blijven houden van plezier in wat je doet.

En op het moment dat je dus continu weet van 'ik vind dit ontzettend leuk en ik heb hier heel veel plezier in', dan kan je dingen naar een hoger niveau krijgen. Op het moment dat je alleen maar bent aan het hakken, en na één maand zegt 'stop niet goed. Nog een keer. Dat was niet goed. Dit was niet goed. Zus was niet goed. Nog een keer nee. Stop', genereer je geen plezier in wat die mensen doen.

Die mensen komen om te zingen. Laat ze zingen. Verbeter wat; heel goed, maar laat ze vooral plezier hebben in datgene wat ze doen. Samen zingen. Is het allerbelangrijkste.

Op welke manier ben jij bezig met tekstbeleving en -verklaring?

Ik denk dat tekst is een zeer belangrijk onderdeel van elk lied of elk stuk wat je doet, maar dat is niet voor mij dat tekst het belangrijkste onderdeel is van de compositie. De composities fifty tekst, fifty muziek, zeg maar. En die combinatie samen voegt het.

Wat ik altijd doe is: ik lees ze eerst de tekst voor, ik draag de tekst voor, zeg maar, en ik laat ze ook hun tekst zelf oplezen. Gerepliceerd. Dus op één noot, maar gewoon op ritme, zodat ze gelijk het ritme mee kunnen pakken. Want anders moet je dat nog een keer apart gaan doen. Dus dat doe je in één keer, dan ben je daar vanaf, dan heb je dat gehad.

"Tekst is belangrijk, maar

niet het belangrijkste

onderdeel van een compositie."

En dan kennen ze doorgaans het ritme. Maar dan hebben ze ook de tekst een keer beleefd. En dan laat ik ze voor zichzelf een voorstelling maken bij wat een bepaalde tekstpassage verwoord. En of dat nou een letterlijke voorstelling is of dat je daar een ander beeld bij hebt, dat kan! Als je er voor jezelf maar in je hoofd een beeld bij hebt wat je daarbij voelt of wat je ziet daarbij.

Als je dat al in het begin die emotie kan oproepen, dan wordt tekst levend. Anders blijft de tekst alleen maar tekst. En daarnaast probeer ik altijd om het notenbeeld ook alleen op vocalen te zingen. Dus bijvoorbeeld alleen eens op 'oe' of alleen eens op 'a' of 'i' of 'u', noem maar op. Wat toepasselijk is, zodat men ook in harmonische zin zonder tekst erbij beseft dat je als koor in feite een orkest bent.

Want dat is uiteindelijk waar het om draait. De klank moet orkestraal zijn, maar je hebt tekst. Maar je kan ze alleen maar die orkestrale klank meegeven, als je ze op vocalen laat zingen.Dan zit er geen tekst tussen. Heb je niks met tekst te maken. En dan hoor je de muzikale lijnen, dan hoor je de harmonie, en dan hoor je wat er in die wereld zich afspeelt. En als je dat dan samenvoegt met tekst, dan krijg je als het goed is een heel mooie combinatie.

Is er nog iets wat je zou willen delen met de wereld?

Nou, ik ben niet zo'n wereldverbeteraar in die zin, maar wat ik wel zou willen zeggen is muziek is het mooiste wat er is, zeg maar.

En of je nou professioneel aan muziekbeoefening doet zoals ik, of je bent amateurmusicus of je zingt onder de douche, geniet er gewoon vooral van, want het is een derde dimensie in dit leven. Het is ongrijpbaar. Als ik nu zou zingen, wat ik nu zou zingen is weg; is er niet meer. En toch doet het iets met je. Nou, mooiste wat er is. 

Meer kan ik niet zeggen eigenlijk.

Ook leren van Lorenzo Papolo?


Lorenzo is docent voor de Basiscursus Dirigeren bij de Dirigentenacademie. Er worden door het jaar heen diverse cursusdagen georganiseerd. 

Heb jij ook belangstelling voor de cursusdag Basiscursus Dirigeren, klik dan op onderstaande knop voor meer informatie.

Rogier IJmker

Rogier IJmker is sinds het jaar 2000 werkzaam in het dirigeer- en arrangeervak. Alle ervaring en kennis die hij heeft opgedaan in al die jaren wil hij nu delen via www.dirigentenacademie.nl Verder is hij dirigent van drie koren en schrijft hij arrangementen voor groepen in binnen- en buitenland, voor (semi-)professionele maar ook amateurgezelschappen.

>