Welke Microfoon Gebruik Je Voor Je Koor- Tips Voor Microfoon Gebruik

Het benutten van microfoons maakt tegenwoordig, naast uren van repeteren, zangvaardigheid oefenen en mooie nummers kiezen/arrangeren, een belangrijk deel uit van wat je aan het publiek laat horen. Een eigentijdse dirigent, koorzanger en koorbestuurder moet dus mijns inziens een beetje kennis hebben van hoe een microfoon door een koor gebruikt kan worden.

Natuurlijk kun je tegen het gebruik van microfoons zijn, maar in de lichte muziek ben je dan erg beperkt in de optredens die je kunt doen. Er zijn niet zo veel zalen die vanzelf voor koormuziek een goede akoestiek hebben.

Nee, verwacht niet een aanbeveling van microfoons van een bepaald merk of type. Ik wordt helaas niet gesponsord en heb geen aandelen van een bepaalde fabrikant. Het gaat er hier om dat je volgens mij – nog los van geluidstechniek – wat inzicht hoort te hebben in de microfoontoepassing die bij je koor, dan wel het soort optreden, past.

De soorten microfoons die voor een koor toepasbaar zijn kun je grofweg onderverdelen in:

  • dynamische microfoons (met een spoeltje voor de geluidsomvorming)
  • condensatormicrofoons met een klein, dan wel een groot membraam

Er zijn daarnaast nog andere soorten microfoons, maar die zijn voor koorversterking voorlopig nog niet zo bruikbaar, zoals de elektret-microfoons van mobieltjes en de te kwetsbare ribbon-microfoons.

Indeling En Gebruik Van Microfoons

Close-Mics

Er zijn daar de  microfoons, close-mics (of kloosmaiks) genoemd, die op 0-10 centimeter (in principe 3 cm) van de mond worden gehouden. Ze worden in de hand gehouden, met een snoer eraan of met zender. Vrijwel altijd zijn ze van het dynamische type.

Zulke microfoons hebben een robuuste, wat agressieve klank. Onmisbaar voor beatboxers. Ze missen echter de gladde nuancering in de hoge boventonen. In het midgebied krijg je er bovendien gratis wat oneven (3,5,7,9,) harmonische boventonen bij. Dat is het gebied waar ook de zangersformant (dat is het klankdeel dat geoefende zangers toepassen) in zit.

Een matige zanger krijgt dus kunstmatig een vollere, meer dragende stem. Voor solisten en kleine zanggroepen / ensembles is dit soort microfoons heel goed toepasbaar. Je bent weliswaar één hand kwijt, maar je kunt je vrij bewegen op het podium.

Voor deze microfoons is wel oefening in microfoonzangtechnieken vereist. Als zanger moet je aardig wat uren oefenen voordat je goed door hebt hoe de microfoon zich met je stem gedraagt.

Het voordeel voor matige zangers is tegelijkertijd het nadeel voor samenzang door zangers die hun zangersformant inzetten. Dan wordt de totaalklank overmatig agressief, onprettig scherp en ondefinieerbaar. Van een operazanger die met zo’n microfoon tegen zijn mond een keel opzet krijg je gekrulde tenen.

Soms zie dat wat grotere groepen, tot 30 personen, op deze manier zingen. Mijns inziens kan dat alleen bij gratie van het feit dat de meeste zangers nogal matig zingen. De inregeling van zo’n grote groep is een toer, dus dat verlangt veel repetitie / soundchecktijd en/of een eigen installatie en geluidstechnicus, vaste mixerinstelling, etc.

Headset

Grote vrijheid in bewegen heb je met een headset met wang- of dasspeldmicrofoons. Meestal worden deze microfoons ingezet met zender, want met een snoer eraan gaat de bewegingsvrijheid weer teloor.

Het is dus heel geschikt voor zingen, gecombineerd met dans en toneelspel en voordracht. Je kunt heen en weer lopen en hebt ook beide handen vrij om ermee naar eigen inzicht te frunniken.

Een nadeel is dat deze microfoontjes ook allerlei bijgeluiden, kuchen, ademen, schrapen, etc. opvangen. Dat kan enigszins worden opgevangen met handwerk of met soundprocessingtechniek. Maar het resultaat is dan tevens een minder natuurlijke stemklank.

Katheder Microfoon

Kathedermicrofoons zijn bedoeld om op een afstand van circa 30 cm te gebruiken. Dus die zet je op standaard met één of enkele zangers er om heen. Het zijn meestal wat gevoeliger dynamische microfoons, dus ook meer rondzinggevoelig.

Door de grotere afstand is de klank dunner, vergeleken met close-mics. Bij een verkeerde afstand wordt de klank soms te dun, of anders wordt de microfoon (proximity-effect) juist dichtgezongen.

Van oorsprong zijn deze microfoons bedoeld voor een toespraak vanaf een spreekgestoelte. Maar de goede verstaanbaarheid van een spreker is niet gelijk aan de goede weergave van een zangstem. Daar moet de geluidstechnicus dus wel wat aan sleutelen.

Voor backvocalzang – die altijd wat dunner moet zijn dan de solist –  is dit soort microfoongebruik zeer geschikt, en ook voor een niet te groot koor met een vaste opstelling rondom een aantal microfoons.

Kleinmembraam Condensator Microfoon

Dan zijn er de kleinmembraam condensatormicrofoons, waarvan de richtinggevoelige varianten voor koor veelvuldig worden toegepast. Meestal worden ze als “pijpjes” aangeduid.

Deze richtmicrofoons staan doorgaans op een standaard met hengel op een afstand van 1-2 meter of ze hangen. De klank van dergelijke microfoons is voor koorzang veel natuurgetrouwer, wat mede komt door de grotere gevoeligheid en nuancering in de hoge tonen. Ze mogen echter niet te dichtbij worden toegepast.

Op een afstand van minstens 1,25 meter vindt er van nature akoestische menging van zangstemmen plaats. Dat heeft te maken met de dan optredende 3-dimensionale beweging van luchtmoleculen, maar het gaat te ver om daar diep op in te gaan. Pas ze liever niet toe op mindere afstand dan 1 meter, want daar worden koorstemmen niet mooier op.

In de openlucht zijn ze windgevoelig, dus daar moet je wat tegen doen met windkapjes en afscherming.  Voor de wat grotere koren vanaf 25 personen met een vaste opstelling zijn dit ideale microfoons om de afzonderlijke stempartijen goed uit te versterken. Maar als een koor of een zanger verandert van opstelling of gaat bewegen, valt dat extra in het licht.

Theater Microfoon

Theatermicrofoons zijn meestal ook van dit type. De crux bij theatermicrofoons is niet het microfoontype, maar de  toegepaste opstelling. Voorwaarde is een akoestisch vrij dode podiumruimte en een publieksruimte die weinig akoestisch contact heeft met de podiumruimte.

De microfoons worden op afstand voor, onder, of boven het koor gehangen. En wel – bij een goede opstelling – zodanig dat de hele podiumruimte, evenwichtig versterkt, in de publieksruimte wordt weergegeven. Een klein koor dat gewend is droog te repeteren komt in een theateropstelling goed tot zijn recht en heeft dan ook de vrijheid om te bewegen.

Maar veel zangers, vooral van wat grotere koren, vinden een theateropstelling doorgaans niet fijn zingen vanwege de droge akoestiek, elkaar niet horen, etc. Wil je dat tegengaan dan moet je via koormonitoring een kunstmatige podiumakoestiek creëren. (Maar dat is een ander onderwerp).

Grootmembraan Condensator Microfoon

Grootmembraan condensatormicrofoons zijn extra gevoelig met een fraaie rechte karakteristiek. Ook deze zijn er in rondomgevoeligheid of richtinggevoeligheid (nier- en supernierkarakteristiek). Ze pakken signaal zowel van dichtbij als verder beter en heel natuurgetrouw op. Voor koorversterking zijn ze minder geschikt omdat ze niet zo handzaam zijn en feedbackgevoelig zijn.

Ze worden vaak in een microfoonspin van elastiekjes opgehangen. Voor opnames zijn ze heel goed toepasbaar. Ook kunnen ze worden toegepast voor dirigenten / koren die allergisch worden als er een microfoon in de buurt komt te staan. Dan staan die microfoons op afstand om toch hun werk te doen.

Ook zijn ze goed toepasbaar als een groter koor in een ruimte eigenlijk qua volume niet versterkt hoeft te worden, maar wel bijgekleurd moet worden. Daarvoor zijn de kleinmenbraam microfoons trouwens ook goed inzetbaar.

Voor geluidsopnames van een koor (vooral klassiek) en een goede stereoklank worden nog weer andere, speciale microfoonopstellingen en soorten microfoons gebezigd. In dit bestek is dat minder relevant. De combinatie van geluidsversterking (een optreden) en geluidsopname (RTV, CD of video) verlangt doorgaans een dubbel microfooncircuit, toegespitst op elk van beide doelen.

Het Een En Ander Overziend

Bij een bepaald soort koor hoort een bepaald soort microfoongebruik, en de omstandigheden waaronder je zingt of optreedt spelen ook een grote rol.

Een grote valkuil is dat het verkeerde type microfoon voor het soort koor of voor de situatie wordt gebruikt. Met een goed microfoongebruik kun je veel meer uit een koor halen dan er in zit, veel beter balanceren en zwakheden verdoezelen. Maar maak je verkeerde keuzes, dan kunt je er goed koorwerk mee om zeep helpen.

Leuk zo’n pasje, of zangers die van positie gaan wisselen, zich half omdraaien, boeiende choreografie doen etc. Het is visueel misschien interessant, maar als je met richtingsgevoelige afstandsmicrofoons optreedt klinkt het voor het publiek gegarandeerd nergens naar, tenzij je heel goed weet wat je doet. Hopelijk levert dit stukje daaraan een bijdrage.


Anton Jansma
Anton Jansma

Anton Jansma (1952) heeft geen muzikale opleiding. Evenmin heeft hij ooit lessen op het muzikale vlak gevolgd bij de een of de ander. Een echte muziekliefhebber en –genieter is hij nooit geweest en koorzang in het bijzonder vond hij als kind al afschuwelijk. Omdat koorzang naar zijn mening vaak een verzoeking is om naar te luisteren, is hij al snel gaan analyseren, beredeneren en uitleggen waarom dat zo is. Dus zo werd hij in 1971 op zijn 18e voor het eerst koordirigent en arrangeur. Nu, enkele tientallen koren en jaren verder, doet hij dat beroepsmatig nog steeds. Zijn bevindingen over hoe je vreselijke koorzang misschien kunt voorkomen of tegengaan legt hij zo nu en dan op papier vast. Naast wat andere bezigheden op het vlak van zingen, spelen, organisatie en geluid maakt hij, onder de schuilnaam Prevoices.nl ook voorgezongen koorarrangementen.

Laat Een Reactie Achter