Welke rechtsvorm moet ik kiezen voor mijn koor- Een Overzichtje

Verwacht in dit stukje geen uiteenzetting over de juridische bepalingen. Daarvoor bestaan al zoveel artikelen over rechtsvormen, dat je jezelf gerust een specialist mag noemen als je die ter  harte hebt genomen. Het gaat in dit stukje schrijfwerk vooral om de juridische mogelijkheden in overview voor een koor / dirigent.

In een ander stuk wil ik namelijk dieper ingaan op de repercussies voor de dirigent en koorleiding, en zal dan op dit stukje teruggrijpen.

De meest voor de hand liggende rechtsvormen, c.q.  wettelijke mogelijkheden voor een koor zijn de vereniging, met, of juist zonder rechtspersoonlijkheid, en de stichting. Er zijn theoretisch nog andere rechtsvormen denkbaar, zoals de commanditaire vennootschap en de B.V. Maar voor een koor ligt dat niet zo voor de hand.

Rechtsvorm 1 – Vriendenclubje

De lichtste vorm voor een zanggroep is een vriendenclubje met een geldpotje, waar in overleg een paar afspraken gemaakt zijn over wat er gedaan wordt en over de verdeling van taken.

Ook als er helemaal niets op papier staat ontstaan er juridisch al rechten en plichten bij een dergelijke samenwerkingsvorm. Bijvoorbeeld als er afspraken met derden worden gemaakt en er samen dingen worden aangeschaft.

Als het goed mis gaat kunnen aan email en tweets juridische gevolgen hangen. Ook fiscaal zijn er aparte regels voor “een gezelschap”.

Rechtsvorm 2 – Lichte Vereniging

Iets officiëler is de lichte vereniging. Daarvoor is het nodig dat er verenigingsstatuten zijn, niet meer dan een soort werk- en overlegafspraken. Deze worden door de leden/deelnemers vastgesteld. Er dient een bestuur te zijn en een paar wettelijk benoemde taken moeten in de statuten worden verdeeld.

Een lichte vereniging heeft formeel rechtspersoonlijkheid, maar mag bijvoorbeeld geen onroerend goed kopen. Ook blijven de (bestuurs)leden persoonlijk aansprakelijk tegenover derden, maar wel veel beperkter dan bij een vriendenclub, bijvoorbeeld inzake schulden van de vereniging.

De oprichting kun je zelf doen en is goedkoop. Je kunt je desgewenst inschrijven bij de Kamer van Koophandel, maar dat hoeft niet. Let op: de bezittingen zijn doorgaans gezamenlijk eigendom of worden aangemerkt als persoonlijk. De kas wordt bijvoorbeeld door de fiscus aangemerkt als vermogen van de penningmeester.

Rechtsvorm 3 – Vereniging Met Volledige Rechtspersoonlijkheid

Een slag zwaarder is een vereniging met volledige rechtspersoonlijkheid. Daarvoor moet je naar de notaris. Die zal dan de statuten vastleggen in een notariële akte. Dan word je een officiële vereniging met rechtspersoonlijkheid, waarbij de individuele (bestuurs)leden juridisch niet meer persoonlijk aansprakelijk zijn, hooguit bij opzettelijk wangedrag.

Je wordt dan automatisch opgenomen in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel. Dit is een openbaar register waar iedereen een uittreksel van je groep en informatie over je kan opvragen. Als vereniging kun je dan nog meer eigen verenigingsbezittingen hebben, onroerend goed kopen, bankleningen aangaan, hypotheek geven, etc.

Wel is het zo dat dit allerlei extra kosten met zich meebrengt (notarisakte, inschrijving, bankkosten, etc). Ook weten allerlei instanties en bedrijven je plotseling te vinden. Dat is niet altijd handig.

Rechtsvorm 4 – Stichting

Ook een stichting is een zelfstandige rechtspersoon. Dus wat betreft de persoonlijke aansprakelijkheid van bestuursleden en eigendommen geldt hetzelfde als wat hiervoor gezegd is voor de officiële vereniging. Maar een stichting heeft wettelijk geen leden, alleen een bestuur.

Bij een stichting heeft het bestuur alles voor het zeggen, terwijl bij een vereniging de ledenvergadering juist het hoogste orgaan is. Voor een zanggroep is de stichtingsvorm passend bij een constant, actief bestuur, maar sterk wisselende, niet erg betrokken zangers of bij een kinderkoor.

Zangers hebben de status van donateur, van cursist of van afnemer van diensten. Maar ze hebben geen stemrecht, medezeggenschap of inbreng bij het beleid.

Rechtsvorm 5 – Instituut

De zwaarste vorm is als je zanggroep deel uitmaakt van een instituut, die een holding, een beheersstichting, onderwijsafdelingen en diverse commerciële takken/bedrijven kan omvatten. Je kunt dan denken aan een cultureel of educatief instituut met afdelingen en dependances, theaters, eigen opleidingen, etc.

Als koor alleen heb je dan geen eigen zelfstandigheid, maar je bent één van de knooppunten in het spinnenweb. Een schoolkoor valt bijvoorbeeld onder deze constructie.

Combinatie Van Rechtsvormen

Voor een zelfstandig koor kun je trouwens combinaties van de juridische rechtsvormen maken. Zo kun je voor de zangers één van de verenigingsvormen kiezen, maar voor het instrumentariumbeheer of het organiseren van evenementen een stichting in het leven roepen.

Zowel een vereniging als een stichting moeten een ideëel doel hebben, maar voor een onderdeel van de organisatie kun je zoals de fiscus het noemt “een onderneming voeren”. Ben je als dirigent zzp-er, dan is dat ook bepalend voor veel werkafspraken.

Rechtsvorm 6 – Natuurlijk Persoon

Als dirigent of zanger/bestuurslid ben je een natuurlijk persoon van vlees en bloed. In juridische zin ben je dus daarom een rechtspersoon. Maar fiscaal bezien ben je als persoon bovendien misschien een hobbyist, een ondernemer, een zelfstandige, een zwartverdiener of een plukkip. Elk predikaat kent bepaalde rechten en plichten.

Rechtsvorm 7 – ZZP

De zzp-constructie is vooral een stuk fiscale regelgeving en er gelden wat arbeidsrechtelijke voorschriften. Het is dus niet zozeer geregeld in het Burgerlijk Wetboek. Vroeger noemde je zoiets “los arbeider”, en tegenwoordig is het dat eigenlijk nog steeds, maar gelden er plots allerlei voorschriften.

Voor veel dirigenten, instrumentalisten, coaches, zangers is dit een manier om zich in het juridisch verkeer te manifesteren. Als koor kun je die constructie uiteraard niet kiezen, maar je hebt er terdege mee te maken.

Je hebt als koor / dirigent niet alleen met het verenigingsrecht uit het Burgerlijk Wetboek te maken, maar ook met fiscaal recht, auteursrecht, arbeidsrecht, subsidievoorwaarden, en zelfs internationaal recht. Maar ook belangrijk is dat maatschappelijke instituties – buiten het juridische stelsel om – heel eigen spelregels kennen en opleggen.

Zo zullen de banken een eigen werkwijze voorschrijven of aparte eisen stellen voor personen, dan wel bedrijven en verenigingen. Ook een inschrijving bij de KvK, en hoe je met een website omgaat is zo’n peinspunt. En ook: niemand zal jou als dirigent of bestuurslid sponsoren, maar misschien wel als je dezelfde activiteiten in een bepaald vat giet.

In een volgend stukje wil ik wat meer ingaan op voor- en nadelen, en op kerneigenschappen van deze rechts- en samenwerkingsvormen, bekeken vanuit koor, dirigent en koorleiding.


Anton Jansma
Anton Jansma

Anton Jansma (1952) heeft geen muzikale opleiding. Evenmin heeft hij ooit lessen op het muzikale vlak gevolgd bij de een of de ander. Een echte muziekliefhebber en –genieter is hij nooit geweest en koorzang in het bijzonder vond hij als kind al afschuwelijk. Omdat koorzang naar zijn mening vaak een verzoeking is om naar te luisteren, is hij al snel gaan analyseren, beredeneren en uitleggen waarom dat zo is. Dus zo werd hij in 1971 op zijn 18e voor het eerst koordirigent en arrangeur. Nu, enkele tientallen koren en jaren verder, doet hij dat beroepsmatig nog steeds. Zijn bevindingen over hoe je vreselijke koorzang misschien kunt voorkomen of tegengaan legt hij zo nu en dan op papier vast. Naast wat andere bezigheden op het vlak van zingen, spelen, organisatie en geluid maakt hij, onder de schuilnaam Prevoices.nl ook voorgezongen koorarrangementen.